Hoofdstuk 2

De fases van het leven

Elke leeftijd heeft zijn eigen vragen en uitdagingen. Wie weet in welke fase hij of zij zit, begrijpt zichzelf en anderen beter.

De psycholoog Erik Erikson beschreef het leven als een reeks fases. In elke fase speelt een centrale vraag, zoals "kan ik anderen vertrouwen?" of "wie ben ik?". De leeftijden hieronder zijn een richtlijn: iedereen loopt in een eigen tempo door het leven.

Kindertijd

0 – 12 jaar

Ontdekken, spelen en vertrouwen opbouwen. Een kind leert dat de wereld veilig is en dat het zelf dingen kan.

Wat helpt: Ruimte om te spelen en fouten te maken, en volwassenen die er zijn.

Puberteit

12 – 18 jaar

Wie ben ik, los van mijn ouders? Vrienden worden belangrijker, het lichaam en de hersenen veranderen sterk. Emoties zijn soms heftig: dat is normaal.

Wat helpt: Grenzen én vrijheid. Volwassenen die luisteren in plaats van meteen oordelen.

Jongvolwassen

18 – 30 jaar

Grote keuzes: opleiding, werk, wonen, relaties. Voor het eerst sta je echt op eigen benen, en de eerste keer geld beheren hoort daar ook bij.

Wat helpt: Uitproberen mag. Weinig keuzes zijn definitief.

Volwassen

30 – 50 jaar

Bouwen: aan werk, een gezin, een huis, vriendschappen. Vaak een drukke periode waarin je voor veel mensen tegelijk zorgt.

Wat helpt: Balans tussen zorgen voor anderen en voor jezelf.

Middelbare leeftijd

50 – 67 jaar

Terugkijken en bijsturen. Kinderen worden zelfstandig, ouders worden ouder. Veel mensen vragen zich af wat ze met de rest van hun leven willen.

Wat helpt: Durven veranderen, en waarderen wat er al is.

Ouderdom

67+

Meer tijd, minder verplichtingen. Ervaring en wijsheid doorgeven. Ook omgaan met verlies en een lichaam dat minder kan.

Wat helpt: Contact met anderen, een doel voor elke dag en gezien worden.

Fases lopen door elkaar

In één gezin zitten vaak drie of vier fases tegelijk: een puber, ouders die het druk hebben, grootouders die ouder worden. Veel onbegrip tussen generaties komt doordat iedereen met een andere vraag bezig is. Een puber die zich afzet, doet dat niet om dwars te zijn: het hoort bij ontdekken wie je bent.

Ruimte voor een eigen verhaal. Een herkenbaar moment uit een van de fases, bijvoorbeeld uit je eigen jeugd of uit het opvoeden van je kinderen.

Om over na te denken

  • In welke fase zit jij nu, en wat is jouw grote vraag op dit moment?
  • In welke fase zitten de mensen met wie je samenwoont?
  • Wat had je in een vorige fase graag eerder geweten?

Hier helpen de tools